Het spel en de Spelregels

Voor de uitgebreide spelregels klik hier

De Teams:

  • Petanque wordt gespeeld met teams van 3 personen, dan spreekt men van triplettes en elke persoon heeft dan 2 boules en elk triplette dus 6 boules te spelen.   
  • Of met teams van 2 personen en dan spreekt men van doublettes, elke persoon heeft nu 3 boules en elk team dus weer 6 boules.   
  • Of individueel één tegen één en dan spreekt men van "tète à tète"en elke persoon heeft 3 boules

Het doel is:

Punten te winnen door de boules van jouw team dichter bij het but te krijgen dan de boules van de tegenpartij.
Vanuit de werpcirkel werpt team A de but uit op minimaal 6 en maximaal 10 meter afstand. Dan werpt de eerste speler van team A ook de eerste boule. Vervolgens moet partij B werpen en proberen dichter bij de but te komen dan de boule van A. Dus diens prestatie te verbeteren. Lukt dat, dan moet een speler van A op zijn beurt proberen dichter bij de but te komen door te plaatsen of te schieten (de boule v.d tegenpartij weg schieten). Lukt het echter niet meteen de prestatie te verbeteren dan gaat de betreffende partij (zonodig met alle spelers die nog boules hebben) door net zolang tot het wel lukt, of tot alle boules gebruikt zijn. Dus niet om de beurt , maar doorgaan tot de prestatie is verbeterd

De puntentelling:

Als de laatste boule geworpen is komt de puntentelling. Voor elke boule van uw partij die dichter bij het but ligt dan de eerste boule van de tegenpartij levert u een punt op. Dat kan dus variëren van 1 tot en met 6 punten! De tegenstander krijgt dus 0 punten.; Dan werpt de winnaar het but weer uit voor de volgende mène en het spel begint opnieuw. Het doubl/tripl. dat als eerste 13 punten heeft zonder dat de tegenpartij er iets aan kan doen is winnaar. Bij veel toernooien kan ook het saldo belangrijk zijn. Als men bijvoorbeeld wint met 13-5 heeft men dus +8 saldo punten en de tegenpartij -8

Het uitwerpen van de but:

Art.7 van het “internationaal spelreglement petanque” zegt hierover o.a dat het but slechts geldig is uitgeworpen als:

  1. De afstand van het but tot de voorkant van de werpcirkel minstens 6 m. en hoogstens 10 m. bedraagt.
  2. De afstand van het but tot enig obstakel en tot de uitlijn ten minste één meter bedraagt
  3. Het but zichtbaar is voor een speler die geheel rechtop in de werpcirkel staat, met de voeten zover mogelijk van elkaar verwijderd.

Vooral punt 2 is bij veel spelers nog onbekend . Vaak meent men dat de bedoelde afstand 50 cm is. Dit misverstand is ontstaan toen men in banen ging spelen van 3 meter (of nog smaller) breed. Petanque wordt in principe echter in een vrij veld gespeeld, maar door ruimtegebrek gedwongen moest men de beschikbare ruimte verdelen in banen met het hiervoor bedoelde ongewilde en ongereglementeerde gevolg.
Een tweede opmerking die hierbij te maken valt is dat nergens staat omschreven wat precies een obstakel is.. Is een boom die in het veld staat wel of niet een obstakel? Nergens in het reglement staat hier iets van omschreven. .In artikel 10 staat wel dat verboden is “een klein obstakel dat zich op het terrein bevindt te verplaatsen, in de grond te drukken of plat te stampen”.

Regels